Persoonlijk ·

Zondag. Enige dag van de week dat het stil is.

Niet stil als in geen geluid. Dit is Vietnam, het is hier nooit stil.

Zondag. Enige dag van de week dat het stil is.

Niet stil als in geen geluid. Dit is Vietnam, het is hier nooit stil. Ergens toetert iemand, ergens blaft een hond, ergens draait een buurman karaoke op om zeven uur ‘s ochtends alsof het een publieke dienst is.

Stil als in: niks moet.

Geen school. Geen deadlines. Geen klanten die appen met “even een snelle vraag” die nooit snel is. Geen laptop die open moet. Geen agenda die vol staat met dingen waar ik zelf ja tegen heb gezegd en waar ik nu spijt van heb.

Mijn dochter heeft zes dagen per week school. Zes. Ze is zes jaar oud en heeft een werkweek waar een Nederlandse vakbond een hartverzakking van zou krijgen.

Maandag tot en met zaterdag. Vroeg op, uniform aan, rugzak om, scooter op, school in. Pas ‘s middags weer thuis. Dan huiswerk. Dan eten. Dan slapen. En dan weer opnieuw.

Zondag is alles wat overblijft.

Eén dag.

We doen er niks bijzonders mee. Dat is het punt. We hoeven niks bijzonders te doen. Pannenkoeken bakken die half mislukken. Een rondje lopen zonder bestemming. Op de grond zitten tekenen. Ruzie maken over welke kleur de lucht heeft. Zij zegt roze. Ik zeg oranje. We worden het niet eens. Nooit.

In Nederland had ik twee vrije dagen per week en vulde ik ze allebei met dingen die op een to-do-lijst stonden. Boodschappen. Klussen. Sociale verplichtingen waar ik geen zin in had maar ja tegen zei omdat ik dacht dat het moest.

Hier heb ik er één. En die ene voelt voller dan die twee ooit deden.

Misschien is het niet hoeveel vrije tijd je hebt. Misschien is het hoeveel je er met rust laat.

Morgen is het maandag. Uniform aan, rugzak om, scooter op. Voor haar én voor mij. Zij naar school, ik achter m’n laptop.

Maar vandaag niet.

Vandaag is de lucht roze.

Deel dit artikel