Uit de praktijk ·

Vorige week zat ik in een café in Hanoi.

Aan het tafeltje naast me een Nederlandse vrouw met een Vietnamese man. Tinder, zo te zien.

Vorige week zat ik in een café in Hanoi.

Aan het tafeltje naast me een Nederlandse vrouw met een Vietnamese man. Tinder, zo te zien. Eerste date. Hij sprak gebrekkig Engels, zij sprak geen Vietnamees. Tussen hen in lag een telefoon met Google Translate open.

Ze stelde een vraag. Hij las het in het Vietnamees. Typte z’n antwoord. Zij las het in het Engels. Antwoordde. En zo ging het door.

Een gesprek met drie deelnemers waarvan er één geen koffie dronk.

Ik zat te kijken hoe twee mensen probeerden te flirten met een vertaalapp ertussen. Het ging niet helemaal soepel. Op een gegeven moment las ze iets en begon te lachen. Hij keek verward. Hij had bedoeld te zeggen dat ze mooie ogen had. Volgens de vertaling had hij gezegd dat haar ogen interessant waren als vismarkt.

Ik weet niet of het wat geworden is tussen die twee.

Maar het deed me wel beseffen waarom ik ooit aan Zantu, m’n eigen vertaal-app, begonnen ben. Niet omdat de bestaande oplossingen niet werken. Wel omdat ze net niet goed genoeg werken voor de momenten waarop het ertoe doet.

Een eerste date. Een gesprek met je schoonouders. Een ruzie met de verhuurder. Een dokter die iets uitlegt over je dochter.

Op die momenten wil je niet horen dat je ogen op een visafslag lijken.

Op die momenten wil je gewoon begrepen worden. Letterlijk en figuurlijk.

Ik heb m’n koffie afgerekend en ben weggegaan voordat ik in de verleiding kwam om aan te schuiven en te helpen.

Soms moet je mensen hun eigen vertaalfouten laten maken.

Deel dit artikel