AI & Automatisering ·

M'n dochter is zes en spreekt vloeiend Vietnamees, best goed Engels en een beetje Nederlands.

Ze schakelt tussen drie talen zonder erover na te denken. Tegen mij Engels, tegen haar moeder Vietnamees, tegen vriendinnetjes Nederlands als ze op wil schep...

M'n dochter is zes en spreekt vloeiend Vietnamees, best goed Engels en een beetje Nederlands.

Ze schakelt tussen drie talen zonder erover na te denken. Tegen mij Engels, tegen haar moeder Vietnamees, tegen vriendinnetjes Nederlands als ze op wil scheppen dat ze ook een andere taal kent. Soms alle drie de talen door elkaar heen in één zin.

Ik kijk er met open mond naar.

Want zelf heb ik er twee jaar over gedaan om voorbij “goedendag, hoe gaat het” in het Vietnamees te komen. Ik heb cursussen geprobeerd. Apps geprobeerd. Privéles geprobeerd. Weinig blijft echt goed hangen.

Volwassen hersenen zijn cement geworden. Kinderhersenen zijn nog klei.

Toen ik aan AnHem begon, m’n eigen taalcursus-app, was dat omdat ik gefrustreerd was over hoe slecht ik Vietnamees leerde. Ik dacht: er moet een manier zijn waarop een hersenen-cement-volwassene tóch verder komt dan het begroetingsstadium.

Inmiddels gebruikt mijn dochter de app vaker dan ik. Ze gebruikt ‘m voor de Engelse kant. Vindt het grappig om me uit te leggen wat ik verkeerd uitspreek. Lacht me uit als ik de tonen verkeerd doe.

Vorige week corrigeerde ze m’n Vietnamees in een restaurant. Tegenover de serveerster. Die ook begon te lachen.

Twee tegen één.

Ik begrijp nu pas hoe mijn ouders zich voelden toen ik vijf was en ze probeerden uit te leggen hoe een videorecorder werkte.

Geduld is een schone zaak.

Maar het is een ramp als je dochter sneller is dan jij.

Deel dit artikel