Honderdtachtig euro per maand betaalde ik voor een tool die ik nooit gebruikte.
Echt niet één keer. Het was zo'n project management software die ik twee jaar geleden had aangeschaft omdat een consultant zei dat ik dat nodig had.
Echt niet één keer.
Het was zo’n project management software die ik twee jaar geleden had aangeschaft omdat een consultant zei dat ik dat nodig had. Hij had gelijk dat ik iets nodig had. Hij had geen gelijk dat ik dít nodig had.
Maar het abonnement liep door. Automatisch. Maandelijks honderdtachtig euro die ergens van mijn rekening verdween naar een bedrijf dat ik niet meer kende voor een dienst die ik nooit opende.
Ontdekt door m’n eigen AI-boekhouder die m’n uitgaven scande en vroeg: “Marcel, gebruik je deze nog?”
Goeie vraag.
Het antwoord was nee.
Ik heb opgezegd. Vierenveertighonderd euro per jaar terug in m’n zak gestoken zonder dat het me ook maar één seconde werk kostte.
Toen ben ik gaan kijken wat er nog meer doorliep. Bleek dat ik voor zevenhonderd euro per maand aan tools betaalde waarvan ik er drie actief gebruikte. De rest? Vergeten. Begraven in m’n creditcardafschrift. Doorgesijpeld in m’n vaste lasten alsof het normaal was.
Achtduizend euro per jaar. Aan dingen die ik niet gebruik.
Daar kan ik vier vakanties van betalen.
Het rare is dat ondernemers heel zuinig zijn met grote investeringen. Een nieuwe auto, daar wordt drie maanden over nagedacht. Maar tegen een abonnement van twintig euro per maand zegt iedereen ja zonder erbij na te denken.
Twintig euro per maand is tweehonderdveertig euro per jaar.
Vijf van die abonnementen is een vliegticket naar Vietnam.
Heen en terug.
Kijk vanavond even in je creditcardafschrift.
Je gaat schrikken.